IMG_1596.jpg

ARTICLE FOR OPA

In oktober 2020 werd Brigit uitgenodigd om een blog/artikel te schrijven voor de Oil Painters of America.  Beneden volgt dit artikel in het Nederlands.

For English readers, please click the link to read Brigit's article for the Oil Painters of America:

https://blog.oilpaintersofamerica.com/2020/09/in-light-of-identity/

In Het Licht Van Identiteit

7 september, 2020

Brigit Krans

 

Vincent Van Gogh in de stad Arles, David Hockney in Californië en Claude Monet’s uitgebreide werkexcursies naar de Franse en Italiaanse Rivièra zijn slechts enkele voorbeelden van vele kunstenaars die, laten we eerlijk zijn, dringend behoefte hadden aan meer zon.  Van Gogh’s humeurige zelfportretten, donkere landschappen met kale of treurende bomen en schilderijen van gefronste gezichten van de door armoede geteisterde, ziekelijke mijnwerkers in België, veranderden in een zonnig, kleurverzadigd schouwspel van verhevenheid tijdens zijn verblijf in de Provence.

 

Als iets duidelijk is, is het wel dat licht van fundamenteel belang is voor kunstschilders.  Het kan worden gebruikt om stemming en sfeer op te roepen, symboliek over te brengen, of het kan de aandacht vestigen op bepaalde elementen en vorm geven aan objecten.  Een schilder in het zuidwesten van the Verenigde Staten beschikt over een spectaculair landschap en fantastische lichtkwaliteiten.  De heuvels en wijngaarden van Californië met veel warme zonsondergangen zijn altijd heerlijk om van te watertanden, zowel voor de kunstschilder als voor het publiek (de kijker).  Kunstenaars in Arizona kunnen eindeloos putten uit de fenomenale karmozijnrode en roestrode rotsen, dankzij een overvloed aan zonovergoten dagen.  Het ideaal van het schilderen van magisch verlichte bergen, bomen of gebladerte op een mediterraans dakterras spreekt mij enorm aan, maar minder exotisch ben ik gewoon een modderige schilder uit een vaak bewolkt en regenachtig land genaamd Nederland.

 

Geboren en getogen in het meest zuidoostelijke puntje van Nederland in de provincie Limburg, keurig ingeklemd tussen Duitsland en België, had ik nog nooit klompen gezien, laat staan gedragen.  Ook waren er geen rijen tulpen of Delfts aardewerk, waar mijn land bekend om staat, te vinden.  Weggestopt van de beroemde musea van Amsterdam met werken van meesters als Jacob van Ruisdael, Johannes Vermeer en Rembrandt, was en is Limburg ingetogen in de viering van zijn lokale schilders en kunst.  Gelegen aan de voet van de Ardennen, met het ruig terrein, is Limburg een wandtapijt van pittoreske glooiende valleien, dorpjes met vakwerkhuizen en kronkelende beekjes; nogal een contrast met de muntvlakke polders van het noorden.  Als kind namen mijn ouders me regelmatig mee om in de zandduinen van de heide te spelen of wandelden we in de nabijgelegen velden en bossen.  In die tijd, en nog een hele tijd daarna, was ik me nauwelijks bewust van de vele plaatselijke schilders in de omgeving die deze landschappen en omliggende dorpen in het verleden onder alle weersomstandigheden hadden geschilderd.

 

Als tiener vroeg ik mijn moeder over een schilderij met daarop een plaatselijk, zwak verlicht bos en oude woonwagens, wat jarenlang ietwat verwaarloosd in onze kelder had gehangen.  Het was gemaakt met diep indigo blauw, donkerbruin en oker geel, krachtig aangebracht door middel van een brede penseel in een schijnbare chaos van beweging, met een vrije maar elegant vastberaden afwerking.  ‘Het is van mijn oom Jozef’, antwoordde ze nonchalant.  ‘Waarom schilderde hij?’, vroeg ik verbaasd over dit nog vage idee van een kunstenaar.  ‘Dat is wat hij graag deed, net zoals mijn broer, jouw oom Wiel’, zei ze.  Ik herinnerde me toen dat ik in de donkere woonkamer van mijn oom had gestaan die ook dienst deed als kunstenaarsatelier.  Hij droeg een toen een bruine broek met oude zwarte schoenen en een bruin hemd onder een bruin schort tegen zijn olijfkleurige huid, zwart krullend haar en bijna zwarte ogen.  Alles was donker en je kon hem bijna niet zien staan in die ruimte.  Met de tijd werd het duidelijk dat velen van mijn moeder’s uitgebreide familie kunstenaren waren, maar toch werden zij en hun werk meestal beschouwd als amateur of hobbyistisch; een bescheiden en onpraktisch tijdverdrijf.  ‘Je kunt er je brood niet mee verdienen’, werd altijd gezegd.  Wat mijzelf betreft was het uit de kast komen als kunstenaar een geleidelijk en langdurig proces, voornamelijk vanwege mijn pogingen om het twijfelachtig voorbehoud van mijn pragmatisch ingestelde landgenoten te verzachten, al kunnen ze nog steeds vaak niet accepteren dat iemand een professioneel kunstenaar kan zijn zonder een kunstacademie af te ronden.  Iets wat in vele andere landen overigens helemaal niet speelt. 

 

Net als Van Gogh en Monet heb ik ook de koude, donkere en vochtige omstandigheden van mijn geboortegrond achter me gelaten om die ongrijpbare lichtbron, de zon genaamd, te vinden.  Toen ik drieëntwintig was, verhuisde ik naar Oost-Afrika en een paar jaar later woonde ik in het Midden-Oosten en Zuidoost Azië, waar ik zoveel UV-staling opzoog als mijn albasten huid en bleke canvas aankonden. Eindelijk schilderde ik dan die blauwe luchten, verlichte rostformaties, witte dorpen in Portugal en de heldere kleuren van de zonovergoten exotische flora op de tropische Ryukyu eilanden van Japan, om vervolgens toch ook weer verliefd te worden op de sombere torenhoge wolken, in overvloed te vinden in de landschapsschilderijen van de Nederlandse Gouden Eeuw.  Werken van Louis Apol of Jan van Goyen, om er maar twee te noemen, zijn voor mij weer volkomen onweerstaanbaar.  Het onverzadigde kleurenschema als gevolg van een ernstig gebrek aan licht prikkelt nu weer mijn fantasie.​

 

Er gaat niets boven een eenzaam koud winters tafareel, met mensen en vee ineengedoken bij elkaar en rijen plechtige bomen als ingetogen domino’s.  Misschien vindt een soort ‘thuiskomst’ van vroege artistieke invloeden hun weg terug in mijn sentiment en mijn werk, na 20 jaar van transoceanische omzwervingen.  Ik voel me continu aangetrokken tot die bevredigende, rommelige kleuren van bruingroen en gebrande omber.  Ik geef toe dat mijn schilders pallet sindsdien nonchalant overspoelt is met modderige mengsels, vooral bij het schilderen van die broederige, melancholisch Nederlandse lanschappen.  Misschien is het dan ook geen toeval dat mijn onvermogen om thematisch of met één identiteit te schilderen samenvalt met mijn expat levensstijl.  Natuurlijk zal ik als geboren Nederlander altijd verlangen naar die zonnige, warme locaties, maar ik erken ook dat iemands eerste invloeden belangrijk zijn om het fundament van de artistieke ziel of bron te begrijpen en er opnieuw verbinding mee te maken.  Dus ik zit nu hier in mijn atelier in Zuid Limburg te wachten op die bewolkte dagen, die in geen maanden zijn gekomen.  De zomers zijn verandert; het is te lang zonnig geweest!